Picos de Europa

Het was niet zo verrassend dat ook de volgende ochtend om 8 uur weer geen mens te bekennen was. Bar en El Molino hardstikke gesloten. Dus met een lege maag aan de steile klim begonnen. Dat was zweten naar de 860m. Op de top even uitgerust om aan de afdaling naar Lebana te beginnen. Hier was een mooi kerkje Santa Maria de Lebana met een interessante geschiedenis. Sello gehaald en in de warmte van de middagzon weer een steile klim naar Allende en Cabañes. Pfff wat een ‘allende’ en ik was niet zeker van dit pad tot ik de herberg van Cabañes tegen kwam. Wel een hele mooie herberg met uitzicht over het dal. Over een klein pad afdalend naar de kleine ermita van San Francisco. En later verder naar Potes met weer de tientallen aasgieren zwevend op de thermiek. Het was even zoeken naar de herberg maar deze lag onder de centrale plaza en de sleutel moest ik ophalen bij de tourist information. Ik was alleen in deze herberg met ongeveer 70 bedden. Wasje gedraaid met de zeepresten van de wasmachine en de verwarmingen draaiden op volle toeren om mijn kleding weer droog te krijgen. Potes is te vergelijken met St Jean Pied de Port. Middeleeuws en ook aan een rivier. Morgen naar het klooster van Santo Toribio en hopelijk een zicht op het heilig kruis met resten van het kruis van Christus.

Ik had wat langer nodig die ochtend in mijn grote herberg van 70 bedden en startte om 9 uur. Maar achteraf was dit maar goed ook. Het klooster van Santo Toribio de Liebana zou pas om 10 uur open gaan. Nou ja 10 over 10 dus, Spaanse tijd en ik wilde het heilige kruis aanschouwen en een laatste stempel in mijn credencial van de santa cruz op 30 mei 2018. De dametjes waren druk in de weer met alles behalve de 8 toeristen die graag het kapelletje in wilde om het heilig kruis te zien. De franciscaner monnik die het hek zou moeten openen was in de verre verste niet te vinden. Het was wel weer vreemd zowel in Assisi als op meerdere plaatsen ervaarde ik weinig tot geen contact met de monniken. Geen idee waarom? Geen warm ontvangst of vragen of begeleiding. Hier eindigde ik ook mijn Camino de Lebaniego. Een mooie Camino door de lage picos en ook bijzonder zwaar op de dagen met de steile beklimmingen en zonder eten. Vanaf het klooster begint de Camino Vadiniense zo een 150km richting Leon waar ik de Camino Frances weer volg. Volgens de beschrijving zou ik 21km moeten lopen vandaag naar Espinama. Het zouden er 25 worden en de laatste 4 uur rond de 1000m in de regen die Spanje teistert terwijl het in Holland 32gr is. Maar het is altijd ‘a beautiful day for a walk’. Om half zes checkte ik in, in de albergue Briz en gelukkig brandde de haard om alles te drogen voornamelijk mijn schoenen en sokken. Morgen naar de 1750m en Fuente Dé en de sneeuw in.

Advertisements

Camino Lebaniego

De volgende ochtend in het stille Santillana del Mar op zoek naar een café wat open was. Maar ook hier weer de rode draad van de Camino del Norte, alles gesloten. Langs de camping de heuvels in en ik liet de mooie oude kerk achter me in de ochtendmist. De route naar Comillas levert mooie plaatjes op vanwege enkele 17e en 18e eeuwse authentieke bouwwerken in een dal van fris groene bomen en struiken. Dichterbij Comillas betrok de lucht en na een stempel te hebben gehaald in de kleine kerk van Sant Roque verscheen een engel, nou ja niet echt natuurlijk. In Comillas zijn 20 slaapplaatsen in de albergue en ik was al aan het snelwandelen. Maar de herberg gaat pas om 16 uur open. Deze Spaanse engel beloofde mij een bed in haar appartement aan zee, met 3 andere pelgrims. Mooier kon niet en net toen we naar binnen gingen begon het te stortregenen. Wat een mazzel. Een uur later aan de segundos met witte wijn in het strandrestaurant. En genoeg tijd om smiddags de Capriche van Gaudi te bezoeken.

Na Comillas zou mijn camino verder gaan naar San Vicente de Barquera, het beginpunt van de Lebaniego naar Santa Toribio. Waar enkele delen van het kruis van Christus (Santa Cruz) bewaard worden. Ik besloot om na Comillas de kustweg te nemen waardoor ik na een mooi natuurpark in een strandrestaurant mijn café con leche kon nemen. Na een heuvel kwamen er enkele tientallen triathlon-atleten mij tegemoet rijden en even later op het strand tegemoet rennen. In San Vicente een heerlijke maaltijd genuttigd met vissoep en gegrilde sardientjes. De herberg van Serdio ligt 8km verder. Door de regen over enkele heuveltjes bereikte ik De herberg. De Lebaniego buigt iets verder dan San Vicente de Barquera net voorbij Serdio af van de Camino del Norte. Morgen na 3 km ga ik de rust en de stilte in van deze mooie Camino aan de voet van de Picos de Europa na ongeveer 370km Camino del Norte.

Het was bewolkt die ochtend en een buitje voorspeld. Dat kwam ook uit. De motregen kan men niet waarnemen op de radar. Eindelijk weer over modderpaden en langs de rivier met costos salmon en ongeveer 8km naar Cades waar een herberg is. Ik ben de enige en luister naar de rivier en de vogels, fantastisch. Vlak voor Cades een oud kerkje san pedro, een ruïne en overwoekerd door struiken, maar met het teken van Santa Cruz. Ik was al om 13 uur in Cades maar begreep nu pas dat er tot aan Potes geen pinautomaat was. Met 22 euro zou het een hele opgave worden. Eenzelfde situatie had ik ook meegemaakt in de Pyreneeën na Huesca. Ik besloot om door te lopen en met wat gratis water en 12km asfalt tot aan Lafuente ging het voorspoedig. Hierna gelukkig ook weer de heuvels in en al snel op 650 meter. Een aasgier vloog met haar imposante verschijning 50 meter van mij vandaan over de weilanden. Hiervoor had ik er al 50 gezien zwevend op de thermiek. Heerlijk deze omgeving. In Cicera zou ik de herberg proberen en anders de tent opzetten. Ushi uit Duitsland was er al en voor 5 euro besloot ik hier te blijven. Helaas was het maandag en de bar en hotel el molino waren gesloten. Dat werd slapen met een lege maag. Morgen 25 km naar Potes en nog 2 km naar het klooster van Santo Toribio.

De kustweg

Vanaf Laredo is het tot Santander grote delen langs de kust en zelfs over het strand. Estela begeleidde mij tot halverwege de ferry. De wandeling met de zon en een zacht briesje was heerlijk. Ik nam afscheid van Estela en vervolgde mijn camino naar Noja. De ferry was volgeladen met pelgrimstoeristen en elektrische mtb-fietsen van wat oudere Spanjaarden. Aan de overkant ligt Santoña, bekend om zijn voortreffelijke anchoa. Natuurlijk nam ik een pintxo met sidra en vervolgde mijn weg naar Noja. Daar trof ik heel toevallig Silke weer, Pepe was al 40km verder. Zij had een blaar gelopen. Ik kon haar overtuigen om mee te gaan zo een 15km verder, naar een van de meest aansprekende herbergen op deze Camino van pater Ernesto. Om half zes kwamen we daar aan en gastvrij ontvangen. Om 8 uur het eten en de tafel met 2 Duitse meisjes en Julia, met Nederlandse voorouders, uit Nieuw Zeeland en haar vriend John uit Ierland. Heel gezellig en er werd nog eens uitgelegd wat donativo betekend voor deze herberg en wat voor projecten er mee worden gefinancierd. Een heel mooi initiatief.

De volgende ochtend het heerlijke ontbijt. Helaas lag er een Duitse vrouw in de dorm die dit keer 100 meta-sequoias omgezaagd heeft die nacht. Dus niet zo fris en fruitig opgestaan. Om 8 uur afscheid genomen van vader Ernesto. De schitterende kustweg zou ons naar de ferry van Santander brengen. Silke bleef met me meelopen maar wist dat ik na Comillas af zou slaan naar Toribio. Opnieuw mooie vergezichten met de golven die uiteenspatten tegen de rotsen. Het laatste stuk weer over het strand en de ferry vertrok net voor onze neus. Om half vier stapten we op de wal van Santander. Een mooie vernieuwde havenstad, waar veel ferry’s naar Engeland vertrekken. In de kathedraal mijn nieuwe paspoort voor de camino Lebaniego naar de Santa Cruz in Toribio opgehaald en een stempel voor mijn santiago-paspoort. Daarna de oude stad in voor een pintxo. De volgende dag was het zeer onzeker of er slaapplaatsen waren in de herbergen op weg naar Santillana del Mar.

De weg uit Santander was een saaie lange wandeling van 5 km. Daarna werd het wat heuvelachtiger, het was weer een zonnige warme dag en het asfalt verhitte de schoenzolen tot een temperatuur van boven de 40 graden. Het was opletten om de trein te nemen over de rivier en helaas kwam ik er na 2km achter dat ik het station al was gepasseerd bij Boo de Pielagos. Dus weer terug in plaats van nog 5km omlopen. De pelgrims kunnen met de trein gratis een station verder. De herberg die in aanmerking kwam lag ongeveer na 26km op de route en had 12 slaapplaatsen. Reserveren kon nu ook niet bij het café El Puerto in Requejada. Een industriestadje met 2 café’s en één herberg en één supermercado. Om 16 uur bleek er gelukkig niet veel pelgrims te zijn en waren er voldoende bedden. De volgende ochtend was duidelijk waarom dit geen populaire herberg is naast de provinciale weg.

De volgende ochtend koffie met een napolitana in de bar en langs een werkende fabriek met verlaten villa’s van directeuren eindelijk weer tussen de weilanden en de rust met herkauwende koeien en zingende vogels. Het Middeleeuwse stadje Santillana del Mar is één van de meest authentieke op deze camino. Wel toeristisch maar met wat beleid en kennis kan je de drukte vermijden en gelukkig regende het ook af en toe op deze dag. In ieder geval hoort een pintxo met anchoa en sidra tot het menu. Naast de herbergen zijn hier voor niet al teveel geld buiten het seizoen een pension of hotel te boeken. De volgende dag naar Comillas eveneens een klein stadje aan de zee dit keer met aansprekende bouwwerken van onder andere Gaudi. En mijn 3e etappe vanaf Santander op weg naar Toribio.

Cantabria

Met Estela liep ik de volgende dagen op van la Arena naar Laredo. Voornamelijk langs de kust. Naar Castro Urdiales hebben we een variant langs de weg genomen wat naderhand niet echt nodig was. De weg naar Castro Urdiales was maar 17km. En dat was weer een geluk want de volgende dag werd het 27km. Mooie vergezichten over zee op deze zonnige dagen vergezelde ons. In Castro Urdiales kwamen we Marta tegen, haar familie heeft hier een appartement maar ook in Madrid, Burgos en Santander. Zij liet ons de leuke barretjes zien met de tapas en de heerlijke wijn alberiño. Het hotel vinden was niet moeilijk het lag in de prachtige haven. De kamer met uitzicht op het oude kasteel en de kerk had een klein balkonnetje waar we in de zwoele avond zaten te eten. De volgende dag naar Laredo.

Om naar Laredo te komen waren er vanaf Islares 3 varianten. De kust variant is niet in de boeken beschreven. En dat begreep ik na een steile klim vanaf het strand van ontón naar 250m. Maar boven op het plateau ervaarde ik een van de mooiste momenten van deze Camino. Vier reusachtige aasgieren zweefden op de thermiek van de zeewind. En kwamen heel dichtbij meestal is dat geen goed teken en het klopte, ik voelde me meer dood dan levend na de klim met mijn 17kg rugzak. De afdaling naar Laredo was eveneens stijl en over rotsachtige paden. Om 18.30 bereikten wij Laredo en liepen langs de andere pelgrims op het terras naar ons mooie luxe hotel ‘Ramona’.

In Laredo één rustdag om de broodnodige acties te ondernemen. De was draaien in de lavenderia, een stempel halen bij de franciscaner nonnen, batterijen kopen voor de gps etc. De strandwandeling van het oude centrum naar de ferry was ook weer 10km op de verlaten stranden van Laredo. 2e pinksterdag is geen vakantiedag in Spanje. De volgende dag naar Guemes naar één van de meest populaire herbergen op de Camino del Norte.

Pelgrims

Als je een tijdje met elkaar oploopt ontstaat er vanzelf een groepje wat vaker bij elkaar komt. Zo ook nu weer. Met Pepe loop ik al vanaf Irun op en de laatste dagen met Silke. S ochtends snel overleg over de albergues en aantal slaapplaatsen. Dit bepaalt op deze Camino helaas het ritme. Later dan 3 uur in de middag aankomen is een risico. Er lopen nu ongeveer 40 pelgrims verspreid over 2 dagen.

Nog 2 dagen naar Bilbao en de eerste stop is in Larrabetzu. De dag begon in Guernica met wat lichte regen en dat maakte de bospaden weer redelijk modderig. Het was een mooie tocht met opvallend veel roodborstjes in dit bos. De 17km maakte dat het een ontspannende dag werd en de herberg in Larrabetzu heeft voldoende slaapplaatsen. Een erg mooie herberg met mooie douches en wc’s. Wat geslenterd door het dorpje met af en toe een pintxo met een caña en vroeg naar bed.

De volgende dag naar Bilbao. Een stad waar ik al meerdere malen geweest ben. Het eerste deel liep langs de weg en was niet zo leuk, maar de beklimming zou snel volgen. Het uitzicht boven op de berg over Bilbao is fantastisch mooi. In de verte Guggenheim naast de rode brug. Met Pepe en Silke heb ik voor de kathedraal afgesproken om te zien wat we verder doen. Het zou toch de albergue municipal boven op de berg worden uit het centrum van Bilbao. Dus toch nog 3,5km te gaan. Maar eerst een sello bij de kathedraal halen en pintxos en een copa de vino tinto bij Victor op de plaza nueva. De herberg is groot en heeft voldoende plaatsen echter maar 4 douches en 4 wc’s. Gelukkig waren we de eerste. Silke was al naar het Guggenheim vertrokken, later ging Pepe ook nog Bilbao in. Ik bleef in de herberg eten met een groepje Italianen, Spanjaarden en een Française. Heerlijk eten gekookt door de oude vrouw Maria die de herberg beheert. Het zou weer een korte nacht worden, de dikke Italiaan heeft het tropenwoud van Brazilië die nacht omgezaagd.

Na Bilbao zou ik nog één dag oplopen met Silke en Pepe. Ik had met Estela afgesproken een deel van de camino del norte met haar te gaan lopen in het pinksterweekend. Die avond reisde ik terug van Pobeña naar Bilbao. Het deel van Bilbao naar Pobeña is niet zo saai als er beschreven is. Veel nemen daarom de tram of bus naar Portugalete. Het begint met een heerlijke stevige klim naar een ermita en loopt boven de rivier naar Portugalete. Vanaf Portugalete naar Pobeña verloopt het door een park en na een tijdje verschijnt playa de la Arena. Schitterend de zon breekt af en toe door en laat de wereld er totaal anders uitzien. Pepe en Silke checkte snel in, in het laatste baskische plaatsje op deze camino, en dat was maar goed ook om 5 uur was alles vol 30 slaapplaatsen. Ik had de komende 4 dagen de luxe van hotels en een pension die Estela al gereserveerd had. Met Silke op het terras afscheid genomen en met de bus en trein terug naar Bilbao.

Modderige wegen

De ochtend begon met een Spaans ontbijtje in het hostel Agote Aundi. Tostadas met wat boter en jam en natuurlijk café con leche. Pepe en José vonden 8 uur vroeg genoeg en dat was ook zo. Die dag zou het nog maar 17km naar Deba zijn. Maar wel met een pittige stijging van 12 km. Ik ging ook niet verder omdat de volgende dagen een trip van rond de 25km wel volstaat om in guernica te komen. En ik wil zien of ik het beroemde meesterwerk van Picasso ook kan aanschouwen.

Ik startte alleen die ochtend. En het eerste wat ik zag was een regenboog boven de zee die zich langzaam naar mij toe bewoog. Schitterend maar de bui zou ook spoedig losbarsten. De frisse groene kleuren van het voorjaar lichten mooi op met de zon die erover schijnt en de donkere luchten maken het schilderij compleet.

Ik had geen haast en het tempo zakte. Door de regenbuien en de koude wind boven op de heuvels was het voortdurend aanpassen. Gelukkig heb ik een grote poncho die als een mantel over mijn rugzak valt. De weg verandert van asfalt regelmatig in bospaden die door de schapen of koeien al flink tot modder getrapt zijn. Dat was glibberen. Rond half twee liep ik Deba binnen, de laatste steile afdaling van 1 km was echt spekglad op de keitjes. In de officina de turismo hoorde ik dat de albergue in de oude station al open was. Inchecken en genieten van een warme douche. Met 2 Duitsers en Pepe die ook gearriveerd was, een wasje gedraaid en in de droger laten drogen. Wat een luxe. Nu op naar de pintxos met een biertje op het plein waar de laatste families de communie aan het vieren waren.

Deba ligt aan de zee. De kleuren van de golven lichten zeeblauw en turquoise op tegen de donkere luchten. Weer terug naar de albergue om morgen weer vroeg op pad te gaan.

De volgende ochtend op weg naar Markina-Ximein. Na een stevige klim over modderige paden liep ik voornamelijk door de bossen. Opvallend zijn de grote aantallen roodborstjes die mij vergezellen met hun mooie zang. De wisselende luchten maakten het plaatje compleet. In Markina kwam ik al vroeg aan ondanks de heftige klimmetjes. De herberg in de kerk ging pas om 15 uur open. Dus eerst een heerlijke menu del peregrino voor 11 euro met een vino tinto. Paella, merzula en flan na. Heerlijk zo tussen de locals. De slaapzaal in de herberg was even schrikken 20 bedden naast elkaar en er kon geen raam open. Maar een warme douche en donativo dus niets te klagen. Met Pepe nog wat rondgewandeld en savonds bij een groep aangesloten om nog wat te eten en vroeg naar bed.

De volgende dag ging de camino naar Guernica. Toch iets heel bijzonders met een triest deel van de geschiedenis.

Het eerste deel verliep rustig langs een riviertje waarna de weg omhoog ging naar het klooster van zenarruzia. Waar ook overnacht kan worden. Een groepje Fransen begon spontaan te zingen, bijzonder mooi in de akoestiek van de kerk. Hierna weer veel door de bossen en over een eeuwenoude brug voor Munitibar. Vlak daarvoor had ik Silke ontmoet en was het Japans echtpaar mij gepasseerd. Na een steile klim kwam een lange afdaling en vlak voor Guernica was een pueblo de laatste festiviteiten aan het vieren van haar feestweek. Aan de bar kreeg ik al snel een glas wijn in mijn handen geduwd en moest ik vertellen waar ik vandaan kwam en naar toe ging met zo een grote rugzak. Gezellig, jammer dat de zon niet scheen anders had ik er langer gebleven. En daarbij weet je nooit zeker of er een slaapplaats is in de jeugdherberg met 70 plaatsen. Pepe had ik al ingelicht over de enige herberg. Dus eerst inchecken en dan een menu del dia. En deze was van grote kwaliteit. Hierna naar de reproductie van Picasso’s Guernica. Indrukwekkend was het hoewel het een tegeltableau was. ‘S avonds nog wat wezen stappen en om half elf slapen in de te kleine slaapzaal met 8. Ongeveer 125 km verder na 5 dagen. Morgen maar 17km,om dan de 15km naar Bilbao te lopen en misschien verder.

Na zonneschijn komt regen

De eerste dag verliep bijna geheel volgens de verwachting. Na een goede nacht zonder veel rumoer en een heerlijk ontbijt met broodjes van de patteseria, begon de eerste dag om 7 uur. Op de eerste beklimming kwam ik Peppe al tegen en later die dag vaker. Er bleken toch al rond de 50 pelgrims in Irun geslapen te hebben. En de Camino del Norte is bekend om onvoldoende slaapplaatsen in de herbergen.

Het was een schitterende dag met veel zon, blauwe luchten en mooie vergezichten. De weg ging voornamelijk door de natuur en over oude wegen en zelfs een Romeinse weg. Het roodborstje liet zich ook vaak zien en horen.

Het eerste dorpje lag op 15km en in Pasaia moet de hele kleine ferry worden genomen naar de overkant en dat maar voor 0.80 euries. De nieuwe weg linksom was geblokkeerd dus via de oude weg rechtsom de heuvel op. In de bar een broodje met sardientjes genomen met een sidra. Ooo zo heerlijk.

Peppe kwam ik nog tegen voor de ferry hij was al een keer fout gelopen en nam een soort van afscheid. Voor San Sebastian kwam ik hem weer tegen hij wist niet dat je de ferry moest nemen.

Samen liepen we San Sebastian in op weg naar de jeugdherberg aan de andere kant. Genieten van de zonnende mensen op playa de la Concha.

De jeugdherberg met 96 plaatsen was vol. Niet met alleen pelgrims en volgens mij, met geen één. We werden samen met een stel doorverwezen naar een pension boven op de berg en gelukkig langs de camino. De bus kwam net aan en rennen om hem te halen. Pension Tximistarri, met één hele ster, en een kamer met 3 aparte hele brede bedden. Peppe, Steven uit België en ik. Maar voor 15 euro pp goed te doen.

Smiddags weer terug naar San Sebastian voor een stempel van de kathedraal en om een paar pintxos met pote te halen in de oude barrio.

Voor morgen een albergue privado gereserveerd in Getaria-Askizu. Het zou gaan regenen dus alle tijd om daar aan te komen.

20180511_132007169734347.jpg

De albergue privado agote aundi is gelijk het plaatselijke café annex restaurant. Askizu heeft ws 50 inwoners met een kerk San Martin waarvan de eerste funderingen dateren van de 6e eeuw na Christus.

In tegenstelling met gisteren begon en eindigde mijn wandeling met regen en comfortabele temperaturen van rond de 10gr. A slippery walk downhill over de oude wegen van de 12e eeuw.

Na 15 km verscheen Orio. Een vissersdorpje in de stromende regen waar de plaatselijke fanfare in de muziektent haar jaarlijkse uitvoering gaf. En ik opdroogde in het restaurant met tortilla de patatas en n vino tinto.

Nog 11 km te gaan over de heuvels langs de costa del norte. Zarautz lag niet ver van Orio. Even stijl omhoog en naar beneden. Het leek nu zandvoort in de winter wel. Lege stranden en boulevard. Normaal kan je hier in het weekend over de hoofden lopen volgegeten met de haute cuisine van Baskenland.

Ik ben hier al een keer eerder geweest met Petra na onze allereerste camino van Logroño naar Burgos.

Getaria het volgende vissersdorpje is mooier en kleinschaliger. Een pareltje aan de kust van gipuzkoa.

Na 26km bereikte ik Askizu waar peppe al had ingecheckt. Het werd eindelijk droog en om 8 uur zat ik met 2 Spanjaarden aan n heerlijke maaltijd de peregrino.