Remi

In Potes was ik al de enige en de rest van de dagen ook. Remi was op zoek naar zijn afkomst, ik niet. Tenminste niet deze dagen, ik heb wel onderzoek gedaan naar de stamboom en van de directe lijn kom ik tot 1740 niet verder dan de handwerkers uit de zeven steegjes in Utrecht en de uit het veen getrokken familie Driehuis uit Wilnis. Die voorvader heette dan wel Jan Klaassen wonende in één van de drie huisjes bij de kerk. Mijn Remi slaat meer op het gevoel de enige peregrino op deze wereld te zijn. Dat heeft voordelen er is altijd plaats in de herberg, maar na een paar dagen mis ik toch de uitwisseling van ervaringen met andere pelgrims. Daar waren nog eens 2 dagen bij van kamperen in het wild en dan ben ik helemaal van God los, nou ja zoiets. In Espinama verbleef ik een dag extra omdat het die ochtend regende en het zonde is om de Picos over te gaan met slecht zicht. Ik heb die rustdag heerlijk gegeten, wijn gedronken en geslapen. s’Avonds was ik ook de enige in het restaurant evenals de avond er voor. De picos is om te skiën of om te wandelen in de zomer, nu is het net als in de Alpen een tussenniks-seizoen. Wel een heel vriendelijke hospitalero en een heerlijk uitgebreid ontbijt. Het zou een onvergetelijke dag worden met mooie vergezichten en een Remi in de sneeuw. Nou ja, het lag er al en viel niet. Van 800 naar 1800m, maar de paden waren breed en mijn rugzak van 17kg met eten en drinken niet zwaar meer. Na de top afgedaald naar Portilla de la Reina met wat regen. De herberg was vol voor het weekend en ik besloot verder te wandelen naar het eerstvolgende dorp met een supermercado om te gaan kamperen. Dat was Boca de Huergano, 40km verder dan Espinama. Het was weer zo een dag en ‘hoe ver je gaat heeft met afstand niets te maken hoogstens met de wind of in mijn geval de afdaling’. Wat inkopen gedaan en de tent stond net of het begon te onweren. Heerlijk, het is een schitterend omgeving en voelt als de Spaanse Pyreneeën.

De volgende ochtend hing de mist laag in het dal. Mijn tent erg nat. Vanaf Boca tot aan Riaño liep ik langs de enige doorgaande weg. Maar nu ook heel rustig op een paar groepjes motorrijders na. Op deze Camino Vadiniense moet je het asfalt voor lief nemen om op de erg mooie wandelpaden te komen. In mijn uitgeprinte beschrijving van de tourist information in Potes kon ik zien waar geld te pinnen, een supermercado, bar of albergue was. Vooral het eerste is belangrijk. Betalen met een tarjeta in deze afzonderlijke vrijstaat -pueblos is niet geliefd. In Riaño staat zelfs het mooiste liefdesbankje van Castilla y Leon met een van het mooiste spiegelbeeld in het meer wat ik ooit gezien heb en heb ik eten en drinken voor die dag en avond ingeslagen. Van Riaño naar Cistierna is 38km en ik had er al 8km opzitten, dus weer kamperen halverwege deze etappe was de beste optie. Dit zou iets voor Crémenes zijn rond de 28km. En kamperen in de uitlopers van de Picos is geen straf. Ik loop al 2 dagen rond de 1100m hoogte en de temperatuur daalt naar 9gr en met regen is de gevoelstemperatuur lager, vooral snachts rond 5 uur, weer koudeneuzen-weer. Vanaf las Salas loop ik over een oude Romeinse weg, de Calzada Romana del Esla, en deze heeft nog 3 andere mooie namen zoals Camino Real, Via Romana de la Conquista en Via Saliámica. Met mijn fantasie loop ik af en toe tussen de Romeinse legioenen, deze calzada loopt tussen een bergmassief en de rivier de Esla. Op die manier konden de Romeinen ongezien de troepen verplaatsen en later de katholieke koningen van Spanje in hun strijd tegen de Moren. Maar erg egaal zijn deze vreemde wegen niet, gelukkig zijn mijn voeten getraind. Ik zat rustig aan de koffie in Crémenes in de zon en heb in mijn beste Spaans een praatje gemaakt met een familie die ook ging wandelen. De ooievaar op de kerktoren verraad dat ik in lager gelegen gebieden kom met veel grasland. Na de muro del diablo te hebben geslecht zakte ik langs de rivier af naar het gebied waar veel mijnbouw was. Een compleet verlaten fabriek wijst op de teloorgang er van. Tussen de stukken eternit, haha, door nam ik foto’s wat eens een keihard bestaan was van deze hardwerkende mijnwerkers. Uiteindelijk kwam ik de rivier volgend in Cistierna en op enige afstand uit het centrum boven op de heuvel, vond ik de herberg. Een aanplakformuliertje met 5 namen en telefoonnummers. Ik heb Estela maar laten bellen en na een Spaans kwartiertje van een half uur, er komt nu iemand aan!!! verscheen er zowaar iemand. Tent drogen, wasje wassen en ophangen, eindelijk na 3 dagen weer scheren en douchen, 2 teken verwijderd en meer van die ouderwetse handelingen. Snel het stadje in op zoek naar comer y beber. Ik kijk altijd naar waar de oudjes naar toe gaan. Na 3 simpele wijntjes met tapas lig ik weer alleen in een herberg met 20 plaatsen op een 2 persoonskamer voor 5 euro met uitzicht dit blog te typen. 90km in 3 dagen met een bergje van bijna 1800m en ik heb nog steeds een buikje. Want eigenlijk is afvallen in deze tijd de eerste belangrijkste reden voor velen op de vele caminos naar Santiago. Laat het Vaticaan het maar niet horen, ooooo. Met Jane, net voor de mooiste dag over het hoogste punt in de Picos, weer de aanleiding van het begin van mijn reizen, nu 4 jaar geleden, gedeeld. We dachten er op hetzelfde moment aan, zo mooi. Over 2 dagen op de camino Frances, dan zal ik nooit meer Remi zijn en dat is ook een fijn contrast.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s