Muxia, Nosa Señora da Barca

Na het einde van de wereld besloot ik om alvast een stuk richting Muxia te wandelen. Muxia is mijn eindpunt van mijn meeste camino’s en volgens de gastheer van mijn herberg in Muxia ook het enige echte eindpunt van de camino’s, historisch gezien. Hier kreeg ik ook weer mijn Compostella en kan ik met een gerust hart weer terug naar Holland. Met drie compostellas moeten mijn zonden voorlopig voor een tijdje weer zijn vergeven. Het duurde toch iets langer voor ik een geschikt plekje had gevonden voor mijn tent. Ik zag op mijn gps dat ik ergens dichtbij de zee zou komen. Ik wilde ook met het uitzicht op de zee en de ondergaande zon mijn tentje opslaan. Even afwijken van de camino en daar was een fantastisch plekje onder 3 bomen en het uitzicht, net voor het plaatsje Buxán. Wat een stilte weer en ik begon het steeds leuker te vinden om op deze manier te overnachten in de natuur. Ik had in finisterre wat inkopen gedaan en genoot van drie kleine pakjes witte wijn, pan en de ensalada tuna. Wat een mooie avond!!!

De volgende ochtend begon de dag zonnig op deze 21e juni. Ik had nog maar 20km te gaan met een klimmetje net voor Muxia. De typische horreos (mais schuurtjes) vergezelde mij weer. Ik merkte jammer genoeg dat de kustlijn de laatste 2 jaar volledig verminkt is door opnieuw die verschrikkelijke windmolens. Ongelooflijk dat het geoorloofd is, en een aantal linkse politici hebben haar zakken aardig gevuld. Enfin, vooral naar de zee blijven kijken en niet achter je 🙂 Vlak voor Muxia loop ik altijd even naar mijn strandje waar ik 4 jaar geleden gekampeerd heb. De duinen waren aardig weggeslagen door de stormen in het voorjaar. Maar het blijft een bijzondere plek. Na een korte rustpauze liep ik Muxia in. Eerst even snel nog een menu del dia met vis en dan inchecken in de herberg. Het weer sloeg zodanig om dat ik besloot niet naar de rotsen te gaan en te wachten op de volgende morgen met de zon. En dat was een hele goede beslissing.

‘s Avonds nog even een paar barretjes in maar door mijn afwijkende overnachtingsplekken en afstanden was ik een aantal bekende pelgrims kwijtgeraakt. Dus wat zitten kletsen met nieuwe. Tja maandagmiddag om 12 uur vertrokken in Santiago en donderdagmiddag om 14 uur, 120km verder, gearriveerd in Muxia. De volgende ochtend scheen de zon en liep ik bijna alleen naar de rotsen en naar het kerkje nosa señora da barca. Mooi licht voor kleurrijke foto’s en ik had geluk want de deuren van het kerkje waren open. De gerestaureerde kerk want een paar jaar geleden is het deels afgebrand na de blikseminslag. Het verhaal gaat dat Maria in een stenen boot op zoek is gegaan naar Jacobus (Santiago) maar de boot sloeg op de rotsen van Muxia (het land van de monniken) kapot. Een rots zou de kiel moeten voorstellen. Na dit mooie afsluitende meditatieve moment en de gedachte aan Jamilla die in verwachting is, genoot ik nog even na op het strandje van Muxia. ‘s Middags met de bus terug naar Santiago de Compostela om daar savonds de pelgrimsmis bij te wonen en misschien Henny en Paul te ontmoeten. Dan de herberg in en de volgende ochtend met de trein naar Estela om daar even wat te wassen en af te kicken van het iedere dag wandelen. Daarna echt vakantie op de strandjes van Torre de la Mora vlakbij Tarragona.

Advertisements

Het einde van de wereld

Helaas had ik gelijk het was een verschrikkelijke en korte nacht. Om negen uur begon de Fransman en 5 minuten later de dronken Spanjaarden, wat een concert. Om 7 uur verliet ik de herberg. Normaal kijk ik of er ergens anders plek is, maar dorm 4 was weer afgesloten. Een voordeel was dat ik om 8 uur Santiago binnenwandelde maar wel met dikke slaapogen. Het was ook mistig en 12 graden. Om half negen op het plein waren er slechts een handjevol pelgrims. De kathedraal was vrijwel vrij van steigers. Een renovatieproject van minstens 5 jaar, denk ik. Fotootje laten nemen en naar de officina de peregrinos. Omdat het vroeg was kon ik gelijk doorlopen. Eerst de officiële Compostella en dan die met de afstand. Daarna nog even heerlijk koffie gedronken in de huiskamer van de lage landen met Jan en Marion. Om half twaalf vervolgde ik mijn weg naar Finisterre en dan Muxia.

Ik had al besloten om na Negreira in mijn tent te gaan slapen. 22km is te doen hoewel het heuveltje op en af is en het zeer warm werd. Onderweg werd ik erop geattendeerd dat er een feest was en dat er voor de pelgrims gratis eten en drinken was. Even wat drempelvrees maar na 2 wijntjes kwam ik in gesprek. Het was een feest ter ere van een internationaal koeien-ras. Ze testen of er verschil in smaak is tussen de koeien uit bvb Brazilië, Ierland, Frankrijk maar ook uit Salamanca en Galicia. Het vlees smaakte mij voortreffelijk met wat pan en vino de Galicia. Enigszins wankelend vervolgde ik mijn weg, het zal de zware rugzak wel geweest zijn. Voor Negreira is er nog een zeer authentiek middeleeuws stadje Ponte Maceira over de Rio Tambre met een brede waterval en bogenbrug. De vorige keer ben ik hier ook gaan zwemmen. In Negreira de nodige boodschappen gedaan en nog een biertje gedronken.

De afstand van Santiago naar Finisterre is ongeveer 90km. Na de 22km nog zo een 2 dagen van dertigers. Ik besloot om zo lang mogelijk door te lopen en vanwege een heel lang bos met bramenstruiken en christusdoornen vond ik pas laat een geschikt plekje met gras en uit het zicht. Maar wel met een mooi uitzicht over de hogere heuvels van Galicia.

De volgende ochtend werd ik wakker met de eerste zonsopkomst. Meestal was het bewolkt of mistig op deze Camino vanaf 10 mei. De herbergen liggen ongustig om het nu netjes te verdelen en ik had ook al besloten om na Finisterre door te lopen richting Muxia. Maar het vinden van een overnachtingsplek zo een 20km voor Finisterre was niet makkelijk. Mijn etensritme was om 14 uur een menu del dia en wat ensalade met pan in de avond. Dit gaf mij ook meer vrijheid. Na oliveroa, waar ik ook weer de mobiel en powerbank kon opladen moest ik nog 20km door na de 15km die ik al had gelopen. Een leuk gesprek met een oudere Zwitserse dame over onder andere Nepal was een welkome onderbreking. De eigenaresse van de bar had mij gewezen op een ermita met fuente. Die kon ik mij nog wel herinneren maar niet precies waar. De eerste capella had wel een mooi grasveldje maar geen fuente. Na 8km kwam mijn redding met de fuente en capila de san pedro martir. Heerlijk koud stromend water en te drinken volgens de boer die het gras aan het maaien was, maar ook om mijn bezwete lijf te ontzouten.

Na mijn overnachting was het nog 5 km naar Cee en voornamelijk bergafwaarts. Een eerste blik op de vuurtoren van Finisterre was toch heel bijzonder. Ik had dat nog nooit zo gezien. Meestal lag het in de mist of laaghangende bewolking. Na Cee volgt na een paar beklimmingen het eerste strandje. Dat nodigt uit om erover te wandelen en ook het terras van het restaurant voor een café con leche muy grande, nou ja dos dus. Over het lange strand naar Finisterre en altijd op zoek naar mooie schelpen. Ik kwam mooi op tijd aan voor een menu del dia met paella de mariscos als segundo. Heerlijk en daarna door naar de vuurtoren. Even wat dagjesmensen ontwijken en zover mogelijk naar beneden, tussen de brandstapels van de dagen er voor, naar het einde van de wereld!!!

Monto do Gozo

De nacht verliep rustig langs het eeuwenoude pad naar het monestario van Samos. Op een vervelend knaagdier na, die mij pas verliet na herhaaldelijk op het tentdoek slaan. De volgende ochtend werd duidelijk waarom, ik stond boven op de ingang van zijn hol. Die dag liep ik in de laaghangende bewolking naar Samos wat altijd mooie plaatjes oplevert. Het bos langs de rivier heeft iets magisch, ik voel het iedere keer weer. Ik ben niet veel gewend in Nederland door het fantastische planmatig onderhoud van de bossen, maar hier met de groene kleuren van mos en de hoge bomen die de jonge planten verstikken gaat de natuur zijn gang. Zo hoort een bos te zijn. Na Samos slinger ik vrolijk met een omweg van 7km naar Sarria. Maar het is het waard ondanks de chagrijnige monnik die na opening van het monestario om 9.30 uur mijn credencial met zijn te grote stempel bijna ruïneert. Ik wilde nog doorlopen tot na Sarria maar na mijn menu del dia besloot ik om er te blijven, in een herberg van 20 bedden waarvan 7 bezet. Handwasje gedaan en nog wat zitten praten met wat pelgrims. Redelijk vroeg naar bed en de volgende ochtend laat te beginnen met mijn weg naar Portomarin.

Tja Sarria, vanaf hier zijn de 115km genoeg om met 2 stempels per dag een Compostella te verkrijjegen. Helaas was het donderdag en enkele groepen Spanjaarden waren ook gestart. De route is schitterend door het glooiende landschap van Galicia. Bekende cafés liep ik voorbij en ik besloot om in Portomarin in een albergue privado te verblijven. De brug en aan het einde de trap zijn bekend evenals de rechthoekige kerk in het midden van de plaza. Ik moest de sleutel ophalen op een ander adres en na een heel verhaal werd ik naar het pension gebracht in zijn auto. Een menu del dia en een wijntje waren voldoende om vroeg te gaan slapen.

De volgende ochtend is het bekend dat na de brug, in een pelgrimsfile, de dag begint met een stevige klim. Druppelsgewijs laat ik ze weer achter me zoals iedere dag. De eerste bar 20, de volgende weer 20 undsoweiter undsoweiter. Ja, ik spreek Engels, Duits en wat Frans en meer en meer Spaans. Ik had al besloten om na Palas de Rei verder te lopen na een heerlijke menu del Peregrinos en na het dorpje Casanova het bos in te duiken. De volgende de dag ook na Arzua om op zondag nog 5km voor Santiago te overnachten op Monte de Gozo. Voor Casanova zijn er hele leuke kleine herbergen zoals albergue Domingo met zijn levensgrote schelp en vernoemd naar mijn heilige in het Spaans. Het plekje tussen de naaldbomen was lekker zacht en ik zag de zon eindelijk ondergaan.

Door mijn afwijkende afstanden en overnachtingsplaatsen begin ik de dagen vrijwel alleen. En ontmoet mijn medepelgrims in de bars onderweg. Zoals in Arzua op het plein met William uit Wales. We bespraken, of liever gezegd hij, de gehele wereldpolitiek zoals de Brexit en ik keek ondertussen een wedstrijd van het wk-voetbal. Nadat mijn mobiel en powerbank was opgeladen ging ik verder de avond in op zoek naar mijn plaatsje langs de camino de Frances.

De volgende ochtend met de zon op pad maar het blijft fris in Galicia, 11graden. De temperatuur loopt deze dagen tegen zes uur op naar de 28gr. Heerlijk maar rond 14 uur wordt het wel warm. O’Pedrouzo is bekend vanwege mijn eerdere wandelingen. Ik heb zowel met Estela als later met Andrea en Marta deze wandeling in een vrij snel tempo gedaan om op tijd te zijn voor de mis van 12 uur in de kathedraal van Santiago. Maar dit keer ging ik op mijn gemak. Om drie uur kwam ik aan in de herberg municipal van de monto do gozo, als nummer drie, in de herberg met 400 plaatsen. Er is hier verder niets te doen in deze herberg en ik moest in San Marco op zoek naar een maaltijd. In oude tijden was de monto do gozo de plek waar men de kathedraal met het lichaam van Santiago kon zien, van blijdschap trokken de pelgrims hier hun kleren uit en wastte zich om de stank een beetje kwijt te raken. De bota fumero met de wierook deed de rest. Na 2 dagen kamperen en in dezelfde kleren te hebben gelopen met een baard van 3 dagen was de herberg en de douche een aangename verwelkoming. Nog wat foto’s van de monumenten en dan een rustig slaapplekje zoeken. De oude Fransman en de 2 oude Spanjaarden beloven niet veel goeds. En ze vertrekken morgen om 6 uur oefff.

Camino de Duro

De dag begon zonnig in Molinaseca. In de smalle middeleeuwse hoofdstraat druppelen de pelgrims langzaam binnen. Op het laatste terras nemen velen nog een café con leche of een zumo de naranja. Silke was vanaf de camino del Norte weer afgedaald naar de camino de Frances vanwege het slechte weer. En we liepen op en besloten om in Ponferrada een lavenderia op te zoeken en de vieze stinkende pelgrimskleren te wassen. Een leuk tafereel in deze autoservicio. Daarna via het kasteel van de Templarios over de iets veranderde camino naar Cacabelos. De wijngaarden van de regio Bierzo vergezelde ons en onderweg een processie met het corpus cristi. De albergue municipal is net buiten het dorp om een oude kerk. Maar we besloten voor 8 euro in een herberg in het oude centrum te gaan. En deelde de kamer met 2 oude Japanners die ook weer heerlijk op zijn Japans snurkten. Hoewel dat mondiaal alleen verschilt van mens tot mens.

De volgende ochtend begon zonnig en het eerste stadje is villafranca del Bierzo. Normaal is dat ook mijn overnachtingsadres met zijn leuke terrassen. Maar na de koffie en wat geld uit de muur getrokken te hebben ging ik verder over de Camino de Duro. Zo wordt het stuk genoemd tussen Villafranca en Trabadelo van 10km. Je kan gewoon langs de weg blijven lopen maar leuker is om vrij snel van de 550m naar de 900m te klimmen, te genieten van de vergezichten en de vele vlinders om dan vlakbij Trabadelo weer snel af te dalen. En als ik weer in de bewoonde pelgrimswereld tussen de lachende en beppende oudjes liep dacht ik eerder aan een andere naam voor deze camino ‘camino stupido’. Helaas was la Faba iets te ver weg, mijn andere favoriete overnachtingsadres. Ik besloot om te overnachten in mijn tent in las Herrerias op een picknickplaats tussen 2 riviertjes achter een restaurant, aan de camino real de Santiago numero 6. De tent stond net en een bui barstte los, even wachten en daarna tussen de buien door in een bar een rood wijntje gedronken voor 1 euro per copa. Het zou blijven regenen en ook de volgende ochtend naar o’cebreiro vanwege de hoogte van 1350m.

De volgende ochtend in de mist en later de regen naar la Faba, O’Cebreiro, Alto de San Roque en Alto Poyo. Mooie bekende namen voor de ervaren pelgrims. In O’Cebreiro met Keltische invloeden en huizen met ronde rieten daken staat een kerkje waar met bijna alle zekerheid is te stellen dat Franciscus van Assisi, in 1214 op zijn pelgrimstocht, ook is geweest. Stempel gehaald en even opwarmen in de leuke bar. Daarna over het plateau naar alto de Poyo en dan een lange afdaling naar Triacastela. Daar wacht in complexo jacobeo mijn menu del peregrino. Ook weer een leuk stadje met een lang straatje waar de pelgrims zich verzamelen. Even daarvoor staat een imposante oude kastanje van 800 jaar oud. Indrukwekkend en als die toch kon vertellen wat een mooie blog zou dat zijn. Na mijn menu en een gesprek met Audrey uit de UK liep ik verder richting Samos met haar monasterio om ervoor te overnachten in mijn tent. Morgen Samos en Sarria nog zo een 117km te gaan naar Santiago na 900km over gods vreemde wegen te hebben mogen struinen, wat een voorrecht.

Cruz del Ferro

De weg naar Astorga begint met een lang stuk van 8km over asfalt en is niet zo interessant. Maar gelukkig scheen de zon achter mij en nu was ik letterlijk langzamer dan mijn schaduw. Mijn eerste koffiestop was in Hopital de Orbigo. Een stadje met een hele mooie middeleeuwse brug waarover je het dorpje binnenloopt. Aan het einde met Jorien op het terras café con leche gedronken en langzaam stroomde het terras vol met zicht op de vele pelgrims over de brug. Astorga met de kathedraal en het palacio van Gaudi zie je al vanaf de laatste heuvel. Ik besloot om hier te slapen in verband met de vele voorspelde regen en morgen door te gaan naar Foncebadon. Inchecken in de herberg San Javier vlak bij de kathedraal op het laatste bed onder het dakraam. Nog even naar het stadje voor een menu del día. En iedereen lag vroeg te slapen. Morgen een grijze dag met veel regen naar Foncebadon naar de 1400m en 2 km voor de Cruz del Ferro.

Die volgende ochtend begon grijs en het zou tot de avond duren voor ik wat blauwe luchten zag. Tot 5km voor Foncebadon zou het droog blijven maar toen zette iemand de sluizen open. Doorlopen in deze regen was het beste naar de populaire herberg Monte Irago. De vorige keer was Andrea de laatste die hier een bed had en ik op zoek moest naar een ander bed. Maar dat was nu niet het geval. Bed vinden, douchen en de schoenen en sokken laten drogen. Een vast ritueel. En met een leuk groepje aan de eettafel wachten op de vega-paëlla. De regels zijn hier niet zo vast dus om 23 uur slapen.

De volgende ochtend eerst de zon en 10 minuten later volkomen in de mist. Zo begon ik ook na een heerlijk ontbijt die dag na de Cruz del Ferro. Het mag een wonder heten dat precies toen ik bij de Cruz del Ferro aankwam de mist optrok en de zon ging schijnen. Vanaf dat moment is het zonnig gebleven. Mixed emotions zijn er als je er aan komt. Voor velen is het een belangrijk moment op de camino. Hier wordt meestal een herinnering of een steen(tje) neergelegd die de pelgrims met zich hebben meegedragen. De teksten zijn ontroerend. Een last valt als het goed is van je af en lichtvoetiger begin ik aan de afdaling. Een lange zware afdaling naar Molinaseca, 8 km voor Ponferrada en het kasteel van de Templarios.

Camino Vadiniense / Frances

Vanaf San Vicente de la Barquera tot aan Santo Toribio liep ik op de camino Lebaniego. Vanaf Santo Toribio de Camino, maar beter, Ruta Vadiniense. De bordjes geven dit ook aan. Zoals algemeen bekend is, is het niet precies bekend hoe de pelgrims naar Santiago liepen. Behalve zoals vermeld in de calixtinus codex uit de 12e eeuw. In de voorlaatste decennia werd het voornamelijk een juridisch gevecht over gedocumenteerde wegen en de commerciële insteek. Je zal maar een herberg of bar runnen en de weg wordt ineens verlegd, het gebeurd. Goud zijn de boekjes uit de jaren zeventig die de eerste wegen beschreven. Maar toch mijn ruta Vadiniense over enigszins vreemde wegen is een hele mooie. Stil en vol met natuur, sommige monumenten en Romeinse wegen. En ik ben er van overtuigd dat de pelgrims uit de 8e tot en met 12e eeuw voornamelijk de Romeinse wegen volgden.

De weg van Cistierna naar Gradefes liep voornamelijk door het dal van de rio Esla en door volkomen verlaten pueblos. Het pad was omringd door brem en andere mooie planten. Maar ik ben meer van de bochten en de verrassingen erachter en dan voornamelijk opwaarts. Tussen de spetters door bereikte ik eerst het middeleeuws klooster van de cisterziëners zusters, natuurlijk volkomen verlaten in de middag, en de eerste van de twee cafés in het dorp. In het eerste café kreeg ik een heerlijke vino blanco met 3 tapas. Hoppa en dus nog één. Even afrekenen, ‘dat is dan 3 euro’ en ik mocht geen fooi geven. La llave por el albergue kon ik ophalen in de andere herberg. Ook gezellig druk met oude mannetjes en toen naar de albergue aan het einde van het dorp. Weer alleen en een slaapkamer met 2 bedden, gedeelde douche met niemand anders, keuken, huiskamer met heerlijke jaren zeventig muziek en een balkon op de eerste verdieping met uitzicht!!! Enne vijf euries. Ik vraag me steeds weer af of we in Nederland de weg kwijt zijn met 5 tot 6 euro voor een simpel niets voorstellend wijntje op het terras. En de Hollander betaald het gewoon, de Chinezen verpesten de toeristenmarkt al, maar de oude rijke west-europeanen gaan daarin meer en meer vrolijk mee. Enfin dan is het voor mij dubbel genieten in noordwest Spanje. Na een heerlijke zoveelste rustige nacht, bereik ik morgen de Camino Frances. That is ‘different koek’.

Inmiddels al weer 2 nachten verder en Leon gepasseerd. Zowel voor als na Leon is de weg recht en enigzins voorspelbaar. Naar Hospital de Obrigo neem ik de variant in plaats van 30km langs de N120 het binnenland in. En na mijn menu del dia liep ik na 15.00 uur zowaar bijna alleen naar Villar de Mazarife. Leon is echt de moeite waard, het oude centrum met de tapasrestaurants, de kathedraal en het museum casa botines van Gaudi. Ik was er al 3x eerder geweest en het was nog vroeg. Dus lekker doorgewandeld door de mooie natuur en de stilte van de namiddag. In Villar de Mazarife werd ik verrast door een hele leuke herberg met een mix van jong en oud. En een klein eigen restaurant met kamers van 2, 4 en 6 bedden voor 9 euro. Ik sliep met Jorien uit Nederland, Marjolijn uit Australië en Norbert uit Duitsland op de kamer. De volgende ochtend naar mijn geliefde Astorga met weer een Romeins verleden. Dan ga ik weer de heuvels in vanaf 900m naar de 1300m in O’Cebreiro. Maar eerst nog de Cruz del Ferro en Ponferrada met het kasteel van de Templarios.

Remi

In Potes was ik al de enige en de rest van de dagen ook. Remi was op zoek naar zijn afkomst, ik niet. Tenminste niet deze dagen, ik heb wel onderzoek gedaan naar de stamboom en van de directe lijn kom ik tot 1740 niet verder dan de handwerkers uit de zeven steegjes in Utrecht en de uit het veen getrokken familie Driehuis uit Wilnis. Die voorvader heette dan wel Jan Klaassen wonende in één van de drie huisjes bij de kerk. Mijn Remi slaat meer op het gevoel de enige peregrino op deze wereld te zijn. Dat heeft voordelen er is altijd plaats in de herberg, maar na een paar dagen mis ik toch de uitwisseling van ervaringen met andere pelgrims. Daar waren nog eens 2 dagen bij van kamperen in het wild en dan ben ik helemaal van God los, nou ja zoiets. In Espinama verbleef ik een dag extra omdat het die ochtend regende en het zonde is om de Picos over te gaan met slecht zicht. Ik heb die rustdag heerlijk gegeten, wijn gedronken en geslapen. s’Avonds was ik ook de enige in het restaurant evenals de avond er voor. De picos is om te skiën of om te wandelen in de zomer, nu is het net als in de Alpen een tussenniks-seizoen. Wel een heel vriendelijke hospitalero en een heerlijk uitgebreid ontbijt. Het zou een onvergetelijke dag worden met mooie vergezichten en een Remi in de sneeuw. Nou ja, het lag er al en viel niet. Van 800 naar 1800m, maar de paden waren breed en mijn rugzak van 17kg met eten en drinken niet zwaar meer. Na de top afgedaald naar Portilla de la Reina met wat regen. De herberg was vol voor het weekend en ik besloot verder te wandelen naar het eerstvolgende dorp met een supermercado om te gaan kamperen. Dat was Boca de Huergano, 40km verder dan Espinama. Het was weer zo een dag en ‘hoe ver je gaat heeft met afstand niets te maken hoogstens met de wind of in mijn geval de afdaling’. Wat inkopen gedaan en de tent stond net of het begon te onweren. Heerlijk, het is een schitterend omgeving en voelt als de Spaanse Pyreneeën.

De volgende ochtend hing de mist laag in het dal. Mijn tent erg nat. Vanaf Boca tot aan Riaño liep ik langs de enige doorgaande weg. Maar nu ook heel rustig op een paar groepjes motorrijders na. Op deze Camino Vadiniense moet je het asfalt voor lief nemen om op de erg mooie wandelpaden te komen. In mijn uitgeprinte beschrijving van de tourist information in Potes kon ik zien waar geld te pinnen, een supermercado, bar of albergue was. Vooral het eerste is belangrijk. Betalen met een tarjeta in deze afzonderlijke vrijstaat -pueblos is niet geliefd. In Riaño staat zelfs het mooiste liefdesbankje van Castilla y Leon met een van het mooiste spiegelbeeld in het meer wat ik ooit gezien heb en heb ik eten en drinken voor die dag en avond ingeslagen. Van Riaño naar Cistierna is 38km en ik had er al 8km opzitten, dus weer kamperen halverwege deze etappe was de beste optie. Dit zou iets voor Crémenes zijn rond de 28km. En kamperen in de uitlopers van de Picos is geen straf. Ik loop al 2 dagen rond de 1100m hoogte en de temperatuur daalt naar 9gr en met regen is de gevoelstemperatuur lager, vooral snachts rond 5 uur, weer koudeneuzen-weer. Vanaf las Salas loop ik over een oude Romeinse weg, de Calzada Romana del Esla, en deze heeft nog 3 andere mooie namen zoals Camino Real, Via Romana de la Conquista en Via Saliámica. Met mijn fantasie loop ik af en toe tussen de Romeinse legioenen, deze calzada loopt tussen een bergmassief en de rivier de Esla. Op die manier konden de Romeinen ongezien de troepen verplaatsen en later de katholieke koningen van Spanje in hun strijd tegen de Moren. Maar erg egaal zijn deze vreemde wegen niet, gelukkig zijn mijn voeten getraind. Ik zat rustig aan de koffie in Crémenes in de zon en heb in mijn beste Spaans een praatje gemaakt met een familie die ook ging wandelen. De ooievaar op de kerktoren verraad dat ik in lager gelegen gebieden kom met veel grasland. Na de muro del diablo te hebben geslecht zakte ik langs de rivier af naar het gebied waar veel mijnbouw was. Een compleet verlaten fabriek wijst op de teloorgang er van. Tussen de stukken eternit, haha, door nam ik foto’s wat eens een keihard bestaan was van deze hardwerkende mijnwerkers. Uiteindelijk kwam ik de rivier volgend in Cistierna en op enige afstand uit het centrum boven op de heuvel, vond ik de herberg. Een aanplakformuliertje met 5 namen en telefoonnummers. Ik heb Estela maar laten bellen en na een Spaans kwartiertje van een half uur, er komt nu iemand aan!!! verscheen er zowaar iemand. Tent drogen, wasje wassen en ophangen, eindelijk na 3 dagen weer scheren en douchen, 2 teken verwijderd en meer van die ouderwetse handelingen. Snel het stadje in op zoek naar comer y beber. Ik kijk altijd naar waar de oudjes naar toe gaan. Na 3 simpele wijntjes met tapas lig ik weer alleen in een herberg met 20 plaatsen op een 2 persoonskamer voor 5 euro met uitzicht dit blog te typen. 90km in 3 dagen met een bergje van bijna 1800m en ik heb nog steeds een buikje. Want eigenlijk is afvallen in deze tijd de eerste belangrijkste reden voor velen op de vele caminos naar Santiago. Laat het Vaticaan het maar niet horen, ooooo. Met Jane, net voor de mooiste dag over het hoogste punt in de Picos, weer de aanleiding van het begin van mijn reizen, nu 4 jaar geleden, gedeeld. We dachten er op hetzelfde moment aan, zo mooi. Over 2 dagen op de camino Frances, dan zal ik nooit meer Remi zijn en dat is ook een fijn contrast.